zoeken:
 
 



























Home>Preventie> Algemeen brandveiligheid feestdagen
U bent niet ingelogd.      
PREVENTIE - BRANDVEILIGHEID TIJDENS DE FEESTDAGEN


Tips voor bedrijven en instellingen: het kan en moet veilig: extra versiering in uw bedrijf tijdens bijzondere acties en feestdagen

Index
>> Niet alleen voor de kerst
>> Algemeen
>> Uitgangen en vluchtwegen
>> Nood- en transparantverlichting
>> Maximaal toegestane aantal personen in een inrichting
>> Blusmiddelen
>> Interne organisatie
>> Versiering ophangen
>> Toepassen van hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat
>> Toepassen van gordijnen en andere textiel in verticale toepassing
>> Toepassing van textiel in horizontale toepassing (baldakijnen, hemels e.d.)
>> Toepassing van kunststof folie
>> Toepassing van kunststof plaatmateriaal
>> Toepassing van papier zoals behangpapier, crêpepapier en fotopapier
>> Laat u kaarsen branden?
>> Waarheen met afval e.d.?
>> Hoe herkent u brandveilige versiering?
>> Eenvoudige brandproef
>> Waar moet materiaal aan voldoen?
>> Waar koopt u brandveilige versiering?


Versiering maakt feestelijk, maar het kan een extra risico inhouden als u brandbare materialen gebruikt. Het spreekt vanzelf dat u als ondernemer op de eerste plaats verantwoordelijk bent voor de veiligheid van uw gasten. U moet dan ook de nodige maatregelen treffen om die veiligheid te waarborgen. Om u daarbij te helpen beschrijft de brandweer hier een manier om versiering veilig toe te passen. Het gaat daarnaast ook om vluchtroutes, blusmiddelen, verlichting, en het gebruik van open vuur.

Een calamiteit is helaas nooit helemaal te voorkomen, maar vooraf kunt u wel zorgen dat een brand niet uit de hand loopt. Om de veiligheid van uw gasten tijdens bijzondere acties en feestdagen zoveel mogelijk te waarborgen moeten in uw pand een aantal brandpreventieve voorzieningen aanwezig zijn. Denk aan voldoende vluchtroutes, goed begaanbare nooduitgangen, noodverlichting en vluchtwegaanduidingen. Deze hebben tot doel, wanneer zich een incident voordoet, de aanwezige personen snel en kalm naar een veilige plaats te leiden.

Als er teveel mensen binnen zijn, als de vluchtmogelijkheden niet goed bruikbaar zijn of als een brand heel snel om zich heen grijpt, kan het zijn dat mensen niet op tijd kunnen vluchten. Het is zaak dat u tijdig vóór een bijzonder evenement nog eens aandacht besteedt aan het aantal mensen dat u wilt en mag toelaten en aan de mogelijkheden om uit het gebouw te vluchten. Ook de versiering is belangrijk niet alleen voor een goede sfeer maar ook omdat de soort versiering bepaalt of een brand snel om zich heen zal grijpen.

Ga in ieder geval na hoeveel personen u maximaal toe wilt en mag laten. Kijk hiervoor bijvoorbeeld in uw gebruiksvergunning. Zorg dat ook uw personeel op de hoogte is van de bij uw bedrijf geldende afspraken over brandveiligheid. De belangrijkste voorschriften voor versiering staan op deze pagina.

Niet alleen voor de kerst
Wij willen voor de duidelijkheid benadrukken dat de onderstaande regels en voorschriften altijd voor uw bedrijf van toepassing zijn. Dus niet alleen bij feestelijke gelegenheden of alleen wanneer er in uw bedrijf extra feestversiering wordt toegepast. Daarnaast behandelt deze tekst slechts enkele aspecten van brandveiligheid. Voor andere aspecten van brandveiligheid zijn medewerkers van de brandweer u graag van dienst. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling Preventie, via telefoonnummer 023-5159500.
^ naar boven

Algemeen
>>  veiligheid begint bij het bewust stilstaan en nadenken over de mogelijke risico’s van activiteiten die u wilt ondernemen: u heeft de zorg voor uw personeel, leerlingen en bezoekers, daaronder valt nadrukkelijk ook hun veiligheid
>>  heeft u voor uw gebouw een gebruiksvergunning, dan zijn de daarin gestelde voorschriften maatgevend. Hieronder wordt een praktische invulling gegeven aan onderdelen van uw vergunning
>>  heeft u voor het gebruik van uw bedrijf /instelling géén vergunning brandveilig nodig, dan volgen hieronder een aantal voorschriften, waaraan ook niet vergunningspichtige bouwwerken moeten voldoen
>>  de hieronder opgenomen voorschriften zijn een vertaling van de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in de bijlagen 3 en 4 van de gemeentelijke bouwverordening. Om de leesbaarheid te bevorderen, zijn verwijzingen naar NEN normen e.d. weggelaten. Voor de volledigheid verwijzen wij u naar de gemeentelijke bouwverordening
>>  het afsteken van vuurwerk e.d. is in een gebouw, zonder speciale vergunning niet toegestaan
^ naar boven

Uitgangen en vluchtwegen
Belangrijke brandveiligheidsvoorzieningen in een gebouw zijn de (nood)uitgangen. Het is immers noodzakelijk dat iedereen het gebouw bij een calamiteit snel en veilig kan verlaten.
>>  zijn de ingangen, doorgangen, uitgangen, gangpaden, trappen, hellingbanen en vluchtroutes over de minimale vereiste breedte vrij van obstakels? (Dit geldt voor de gehele route, dus tot aan de openbare weg)
>>  zijn de deuren van de nooduitgangen niet op slot en van binnenuit direct te openen zonder gebruik te hoeven maken van sleutels of andere losse voorwerpen
>>  zijn de nooduitgangen binnen een straal van 2 meter vrij van tafels, stoelen of andere obstakels
>>  is de route naar de nooduitgang vrij van obstakels: dit geldt ook voor de buitenzijde van de inrichting, zelfs op de openbare weg (b.v. geen fietsen voor de uitgang of in de vluchtroute)
>>  zijn de gordijnen in of voor een ingang, doorgang en (nood)uitgang zodanig aangebracht, dat deze met de deur meedraaien en het zicht op de deuren en de herkenbaarheid van de uitgang  niet verhinderen
^ naar boven

Nood- en transparantverlichting
Een duidelijk zichtbare en herkenbare vluchtroute is van levensbelang voor de ontvluchting van een gebouw tijdens een calamiteit.

>>  in een gebouw kan nood- en transparantverlichting verplicht zijn. Raadpleeg hiervoor b.v. uw bouwvergunning of gebruiksvergunning. Indien u hierover vragen heeft, neemt u dan contact op met de brandweer (nb: op basis van de ARBO-regelgeving kunnen nog aanvullende eisen gesteld zijn aan de noodverlichting). Belangrijk is dat alle aanwezige voorzieningen goed functioneren
>>  als de netspanning geheel of gedeeltelijk wegvalt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden inschakelen en tenminste een uur, op de vereiste sterkte, blijven functioneren
>>  alle transparantverlichting (vluchtwegaanduiding) moeten elektrisch verlicht zijn als er personen in de inrichting aanwezig zijn
>>  in ruimten waar geen nood- en transparantverlichting verplicht is (b.v. ruimten geschikt voor minder dan 50 personen), kan men volstaan met een vluchtwegaanduiding in de vorm van een sticker. Nb. het eventueel extra aanbrengen van dergelijke aanduidingen kan de veiligheid verhogen en is relatief goedkoop
>>  de transparanten en vluchtwegaanduidingen mogen niet aan het zicht worden onttrokken (bijvoorbeeld door versieringen of gordijnen)
>>  de versiering moet zodanig zijn aangebracht dat de werking van de noodverlichting niet wordt belemmerd en de verlichting niet vermindert (dus rondom noodverlichtingpunten voldoende ruimte vrijhouden)

 

Maximaal toegestaan aantal personen in een inrichting
>>  het aantal personen dat in een gebouw gelijktijdig aanwezig mag zijn, is in eerste instantie gerelateerd aan de totale bruikbare uitgangsbreedte, waarbij per strekkende meter uitgangsbreedte 90 personen aanwezig mogen zijn, als echter een uitgangsdeur tegen de vluchtrichting indraait, mogen niet meer dan 25 personen gerekend worden voor die uitgang
>>  voor een gelegenheid met losstaand meubilair is het maximale aantal gelijktijdig aanwezige personen te berekenen op grond van onderstaande regels, hetgeen er op neer komt dat van het bruto vloeroppervlak van de ruimte de oppervlakte van de obstakels zoals tafels, stoelen etc. moeten worden afgetrokken. De rekenmethode is als volgt: 
  >>  0,25 m? vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon voor wie geen zitplaats aanwezig is
  >>  0,30 m? vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon voor wie een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen
  >>  0,50 m? vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon voor wie een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen
  >>  indien het vrije vloeroppervlak minder bedraagt dan 0,5 m? per persoon, de meubelen en de voor versiering dienende voorwerpen zodanig zijn aangebracht dat ze ten gevolge van drang niet kunnen verschuiven of omvallen
>>  op het netto vloeroppervlak mogen zich dus maximaal 2 personen per m2 bevinden indien de stoelen niet vastzitten: het maximale aantal personen dat gelijktijdig aanwezig mag zijn is dus 2 maal de netto beschikbare vloeroppervlakte in m2, plus het aantal zitplaatsen
>>  voor gelegenheden met vast meubilair kan dezelfde berekening als boven worden uitgevoerd, maar nu mogen er 4 personen per m2 worden toegelaten: 4 keer het netto beschikbare vloeroppervlak in m2, vermeerderd met het aantal zitplaatsen is het maximaal aantal personen wat gelijktijdig in een gebouw aanwezig mag zijn. Nb. De bezetting van 4 personen per m2  is een toegestaan maximum, voor een goede bedrijfsvoering zouden wij een maximum van 3 personen per m2 aanbevelen
>>  gelegenheden met slechts 1 uitgang:
>>  als deze deur tegen de vluchtrichting indraait, mogen niet meer dan 25 personen gelijktijdig in een gebouw aanwezig zijn
>>  draait de deur in de vluchtrichting, dan mogen 90 personen per meter uitgangsbreedte met een maximum van 100 personen gelijktijdig in een gebouw aanwezig zijn
>>  aan het inrichten van een ruimte met rijen stoelen zijn bepaalde voorwaarden verbonden, zoals de maximale rijlengte, de koppeling van stoelen e.d. Raadpleeg hiervoor de gemeentelijke bouwverordening of informeer bij de brandweer

Toetsing van het maximum toelaatbaar aantal personen dient plaats te vinden op alle criteria, waarbij de laagste uitkomst (dus de veiligste) bepalend is.
^ naar boven

Blusmiddelen
>>  met de aanwezige blusmiddelen bent u in staat om in geval van brand een bluspoging te ondernemen: zorg er daarom voor dat brandslanghaspel en draagbare blustoestellen altijd bereikbaar zijn, hang niets voor blusmiddelen
>>  om er zeker van te zijn dat de blusmiddelen voor direct gebruik beschikbaar zijn, laat u de blusmiddelen 1 x per jaar door een erkend bedrijf controleren op een goede werking. U kunt de laatste keuringsdatum terugvinden op het keuringsbewijs (meestal een sticker) op het blusmiddel
^ naar boven

Interne organisatie
Onwetendheid is de grootste vijand tijdens een calamiteit in uw bedrijf / instelling, dus laat u niet verrassen en bereid u en uw personeel voor op hoe te handelen tijdens een calamiteit.
>>  maak, indien bij uw bedrijf/instelling aanwezig, gebruik van het ontruimingsplan en zorg ervoor dat alle verantwoordelijken weten hoe te handelen bij een calamiteit
>>  als u niet over een ontruimingsplan of ontruimingsinstructie beschikt, kunt u daarvoor contact opnemen met de afdeling Proactie en Preventie. In overleg met deze afdeling kunt u ook een ontruimingsplan opstellen
>>  zorg er voor dat uw personeel geïnstrueerd is over het hoe te handelen bij brand of andere calamiteiten
>>  zorg ervoor dat de veiligheidsinstructies op duidelijk zichtbare plaatsen in uw bedrijf/instelling zijn opgehangen
>>  zorg er voor dat uw personeel weet waar de brandblusmiddelen zich bevinden en hoe deze te gebruiken
>>  zorg ervoor dat uw personeel het ontruimingsplan/vluchtplan kent en dat ermee geoefend is
>>  er moet doorlopend op worden toegezien dat, indien van toepassing:
>>  vluchtroutes, of aanduidingen daarvan, goed zichtbaar zijn
>>  vluchtroutes goed bereikbaar zijn
>>  het sluiten van rook- en brandwerende deuren niet wordt belemmerd en dat deze voortdurend gesloten zijn
>>  elektrische snoeren, stekkers en toestellen in goede staat verkeren
>>  geen brandgevaarlijke situaties ontstaan door onveilig gebruik van vuur, gas, en/of elektriciteit
>>  geen brandgevaarlijke situaties ontstaan als gevolg van de toegepaste (kerst)versiering
>>  meldpunten t.b.v. de ontruimingsalarminstallatie goed bereikbaar zijn
^ naar boven

Gaat u versiering ophangen?
>>  plafondversiering kan bij een brand in sterke mate bijdragen aan de uitbreiding van een brand. Daarom mag plafondversiering alleen worden toegepast als deze onbrandbaar of niet door normale middelen (gasbrander o.d.) is te onsteken. Hiermee wordt bedoeld onbrandbare slingers van aluminium, onbrandbaar gemaakt papier e.d., ballonnen (gevuld met lucht of helium), houten versieringen met minimale maat van onderdelen 4 x 4 cm, onbrandbare netten en onbrandbare doeken. Nb. niet toegepast mogen b.v. droogbloemen, kunstplanten van brandbaar materiaal (zijde, kunststof e.d.), opgezette dieren, manden, doeken, touwen, (kerst)takken e.d.
>>  overige versieringsmateriaal moet moeilijk brandbaar zijn uitgevoerd. Dergelijk versieringsmateriaal is verkrijgbaar bij de reguliere handel. Vraag hier dus expliciet om en bewaar de verpakking van versieringsmaterialen om dit aan te kunnen tonen
>>  versiering mag uitsluitend opgehangen worden met behulp van ijzerdraad met een dikte van minstens 0,5 mm
>>  het versieringsmateriaal langs en aan de plafonds, dient met de onderzijde op minimaal 2,5 meter boven de vloer te hangen
>>  zorg ervoor dat versieringen niet in aanraking kunnen komen met verlichting en andere warm wordende apparaten
>>  als u de buitenzijde van uw gebouw met versiering wilt verfraaien zijn bovenstaande tips ook van belang. Houd rekening met de ondergrond, brandbaarheid, wijze en hoogte van ophangen en hoeveelheid versieringsmateriaal
^ naar boven

Toepassing van hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat (overgenomen uit Bouwverordening, bijlage 4)
>>  het materiaal moet minstens 3.5 millimeter dik zijn
>>  het materiaal moet ten aanzien van vlamuitbreiding kunnen worden ingedeeld in klasse 2, als bedoeld in NEN 6065, uitgaven 1991, en NEN 6065/A1, uitgave 1997
^ naar boven

Toepassing van gordijnen en andere textiel in verticale toepassing
>>  u mag verticaal textiel nooit toepassen in gangen of trappenhuizen, maar alleen in verblijfsruimtes
>>  brandbaar textiel moet door impregneren moeilijk brandbaar zijn gemaakt, of moeilijk brandbaar zijn geworden door het materiaal op hout, hardboard, triplex, multiplex of spaanplaat te plakken
>>  de moeilijk brandbare hoedanigheid moet blijken uit een navlam-duur van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden, bepaald volgens NEN-EN-ISO 6940, uitgave 1995, en moet vallen in de klasse ‘niet gemakkelijk ontvlambaar’
^ naar boven

Toepassing van textiel in horizontale toepassing (baldakijnen, hemels e.d.)
>>  u mag horizontaal textiel nooit toepassen in gangen en trappenhuizen, maar alleen in verblijfsruimtes
>>  versieringen in de vorm van vlaggen, parachutes en doeken e.d. moeten zijn onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 35 centimeter of zijn onderspannen met een metaaldraad in twee richtingen met een maaswijdte van ten hoogste70 centimeter
>>  makkelijk brandbaar textiel moet tevens door impregneren moeilijk brandbaar zijn gemaakt. Zie voor bijzonderheden onder het kopje ‘Hoe herkent u brandveilige versiering?’
^ naar boven

Toepassing van kunststof folie (overgenomen uit de Bouwverordening, bijlage 4)
>>  het materiaal moet op een ondergrond van ontbrandbaar materiaal zijn geplakt of op een board, triplex, multiplex, spaanplaat of hout in de hiervoor aangegeven hoedanigheid
^ naar boven

Toepassing van kunststof plaatmateriaal (overgenomen uit de Bouwverordening, bijlage 4)
>>  deze stoffen en alle hiervoor genoemde en materialen moet voldoen aan NEN 6065, uitgave 1991, en NEN 6065/A1, uitgave 1997, klasse 2
>>  deze stoffen en materialen mogen, nadat zij in aanraking zijn gekomen met vuur of nadat zij aan hoge temperaturen hebben blootgestaan, geen prikkelende of voor de gezondheid schadelijke gassen of dampen ontwikkelen en mogen niet druipen
^ naar boven

Toepassing van papier zoals behangpapier, crêpepapier en fotopapier
>>  het papier moet zijn geplakt op een ondergrond van ontbrandbaar materiaal of op een board, triplex, multiplex, spaanplaat of hout in de hiervoor aangegeven hoedanigheid, dan wel op papier
^ naar boven

Laat u kaarsen branden?
>>  zet de kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond
>>  gebruik geen houders van brandbaar materiaal zoals plastic, hout, kerstbakjes e.d.
>>  zet kaarsen en kerststukjes op plaatsen waar u ze altijd kunt zien en niet te dicht bij andere brandbare materialen zoals de gordijnen e.d.
>>  zet kaarsen en kerststukjes niet te dicht bij een warmtebron zoals de radiator van de centrale verwarming of bijvoorbeeld in de vensterbank. De kaarsen kunnen dan week worden en ombuigen
^ naar boven

Waarheen met afval e.d.
>>  bewaar afval zoveel mogelijk binnen het gebouw, in daarvoor geschikte ruimten. Hiermee voorkomt u dat vandalen dit aan kunnen steken
>>  bewaar containers niet in vluchtroutes of voor /achter (nood)uitgangen
>>  moet afval toch buiten worden opgeslagen, stop het dan in afsluitbare containers van onbrandbaar materiaal. Zet deze niet op een brandkraan en niet bij een opening in de gevel
>>  laat afval regelmatig afvoeren
>>  zorg ervoor dat de ruimten waar afval wordt bewaard zoveel mogelijk zijn opgeruimd
^ naar boven

Hoe herkent u brandveilige versiering?
>>  vooraf geïmpregneerde materialen
>>  van oorsprong veilige materialen
>>  certificaat van de leverancier
Veel leveranciers bieden brandveilige, brandvertragende of moeilijk ontvlambare versieringsmaterialen aan. Deze elementen bestaan soms uit materialen, die uit zichzelf al veilige eigenschappen hebben (zoals aluminium folie), maar het komt ook voor dat leveranciers de materialen hebben geïmpregneerd (zoals crêpepapier).

In het verleden is gebleken dat het voor de consument niet eenvoudig is om te zien welke materialen veilig zijn en welke niet. Vraag uw leverancier dus nadrukkelijk naar de artikelen met een brandvertragende kwaliteit. Controleer ook of de verpakking vermeldt dat het om brandveilige materialen gaat. Het is verstandig om de verpakking te bewaren om aan te kunnen tonen dat het materiaal een brandvertragende kwaliteit bezit.

Ook zijn soms certificaten in omloop, die namens de fabrikant aan de afnemers worden uitgereikt. Koopt u een dergelijk product, vraag dan om een certificaat van het product dat u koopt en bewaar het in uw bedrijf. Een toezichthouder kan verlangen dat u een certificaat laat zien.

Als de materialen uit de verpakking zijn gehaald, is echter nauwelijks meer te achterhalen aan welke eis het materiaal precies voldoet. Het kan dus zijn dat een toezichthouder namens de gemeente uw versiering alsnog wil beproeven. Hij zal daarbij een vaste testmethode toepassen, die hieronder is beschreven.

Na aankoop geïmpregneerde materialen, impregneren; certificaat van de toepasser
Het impregneren van materialen is een specialistische bezigheid. U moet dit dan ook laten verzorgen door een gespecialiseerd bedrijf. Indien u materialen laat impregneren dient u een schriftelijk bewijs te vragen, waarmee het bedrijf aantoont dat het materiaal door de behandeling aan de gestelde eisen voldoet.
Let u er in ieder geval op dat het bedrijf dat de materialen impregneert gecertificeerd is volgens de norm uit de ISO 9000-reeks, die van toepassing is op de activiteiten waarvoor u opdracht heeft gegeven.
^ naar boven

Eenvoudige brandproef
U kunt de brandveiligheid van materialen met een eenvoudige proef zelf testen. Daarbij gaat u als volgt te werk:
>>  u neemt een monster (5 x 5 cm) van het materiaal
>>  u gaat naar buiten en houdt een uiteinde van het monster gedurende minimaal 5 seconden in een vlam, zoals van een aansteker of lucifer (nb: houdt het monster vast met een metalen tang, let er op dat u zich niet brandt)
>>  wanneer het monster vlam heeft gevat of nadat 5 seconden zijn verstreken, neemt u de ontstekingsbron weg
^ naar boven

Het materiaal voldoet als aan alle van de volgende voorwaarde is voldaan:
>>  tijdens de verhitting zijn geen druppels vrijgekomen (al of niet brandend of druipend)
>>  tijdens de verhitting zijn geen roetvlokken vrijgekomen
>>  het materiaal heeft geen vlam gevat of de vlammen zijn gedoofd ONMIDDELLIJK nadat de aansteker of lucifer is weggenomen. Er is één uitzondering op deze bepalingsmethode voor textiel dat uitsluitend verticaal wordt toegepast. Op basis van Europese normalisatie en regelgeving gelden voor gordijnstoffen andere regels. Van deze materialen mag het monster maximaal 15 seconden navlammen en maximaal 60 seconden nagloeien
^ naar boven

Waar koopt u brandveilige versiering
Om te voorkomen dat u lang moet zoeken naar bedrijven die stofferingen en versieringen brandvertragend kunnen impregneren en/of brandvertragende impregneermiddelen leveren, heeft uw gemeente een overzicht van een aantal namen, adressen en telefoonnummers van dergelijke bedrijven opgesteld. U vindt de lijst hier. De volgorde is willekeurig! 
^ naar boven

Let op!
>>  het overzicht in de bijlage bestaat uit bedrijven die bij de brandweer bekend zijn. Het is mogelijk dat een bedrijf zich niet heeft gemeld bij de opstellers van deze brochure. Verspreiding van deze lijst door de brandweer betekent niet dat de brandweer geen producten van andere bedrijven zal accepteren
>>  bedrijven kunnen geen rechten of recht op schadevergoeding ontlenen aan het feit dat zij op het overzicht al dan niet vermeld zijn
>>  de brandweer kan met bovenstaande overzicht geen volledige garantie geven voor de juistheid van de gegevens en de betrouwbaarheid van producten en diensten van de daarin opgenomen bedrijven

Tot slot
Wanneer u vragen heeft over deze tekst, of over zaken op het gebied van brandpreventie, kunt u contact opnemen met de afdeling Proactie & Preventie van de brandweer Haarlem (telefoon 023-5159500).
Wij rekenen op uw medewerking om steeds te zorgen voor gezelligheid én veiligheid tijdens bijzondere evenementen, feesten en feestdagen in uw bedrijf, voor u en uw publiek.

De brandweer wenst u gezellige en vooral veilige feesten toe