|
Komt er een kerstboom?
>> elke kerstboom is een vorm van versiering en dient dus te worden geïmpregneerd (zie voor bijzonderheden “Hoe herkent u brandveilige versiering?”). Omdat impregneren specialistisch werk is, dient u aan te tonen dat het impregneren is gedaan door een erkend bedrijf met een erkend product. Let erop dat het product geschikt is voor het behandelen van kerstbomen (levend groen) >> wilt u het echt veilig doen, koop dan een kunststof kerstboom gemaakt van een type kunststof welke niet makkelijk in brand gaat (dit is klasse II voor wat betreft de brandvoortplanting) >> als u een “echte” boom wilt, koop dan een boom met kluit en plaats deze in een stevige kuip. Houd de aarde waarin de boom geplant is goed vochtig, zodat de boom minder snel uitdroogt. Combinaties van kerstboom en losse kersttakken zijn niet toegestaan i.v.m. de mogelijke kans op uitbreiding over een te groot oppervlak >> kerstbomen zijn niet toegestaan op vluchtroutes zoals gangen, doorgangen trappenhuizen en bij (nood)uitgangen. Plaatsen waar kleine blusmiddelen, zoals haspels e.d. geplaatst zijn, moeten ook vrijgehouden worden. In de overige ruimten worden ze slechts onder bepaalde voorwaarden (zoals hieronder aangegeven) toegestaan >> clusters van meerdere kerstbomen en meerdere kerstbomen in een ruimte vormen een onacceptabel veiligheidsrisico en zijn dan ook niet toegestaan. Bij grote en hoge ruimtes (zoals kerken) is het plaatsen van meerdere kerstbomen wel toegestaan. Dit mag slechts wanneer de onderlinge afstand tussen de bomen tenminste 3 maal de hoogte van de grootste boom in meters bedraagt >> zorg dat de boom niet kan omvallen (hierdoor kunnen ongewild vluchtroutes worden versperd) >> zet de boom niet te dicht bij de gordijnen >> gebruik geen echte kaarsjes in of nabij de boom. Een moment van onoplettendheid kan uw boom in een fakkel doen veranderen >> verlichting in de boom is mooi, maar alleen veilig als u elektrische verlichting met KEMA-keur gebruikt >> controleer de bedrading van de elektrische kerstboomverlichting op beschadigingen >> probeer de installatie eerst uit door de lampjes voor het ophangen korte tijd te laten branden >> gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer en leg dat zodanig neer dat niemand er over kan struikelen. Plak langs vluchtroutes de snoeren af >> doe de verlichting uit als het pand gesloten wordt. Haal de stekker uit het stopcontact. Als u alleen een lampje los draait blijft risico op brand bestaan >> dennengroen mag niet worden gebruikt. Dit materiaal is zeer brandgevaarlijk, zeker als het droog is. Daarom mag dennengroen niet aan het plafond of wanden worden opgehangen. Gebruik in plaats hiervan brandveilige imitatie-kersttakken (zie voor bijzonderheden onder het kopje ‘Hoe herkent u brandveilige versiering’ >> plaats kerstbomen niet voor blusmiddelen, meterkasten, brandmeld- of andere schakel- en bedieningspanelen
|