Brandweer Haarlem beschikt over een unieke collectie brandweer antiek, misschien zelfs wel de mooiste collectie van brandweer Nederland. Deze is – volgens de overlevering – als volgt ontstaan: in de jaren zestig van de vorige eeuw beschikte brandweer Haarlem nog over een tiental spuithuizen, die barstensvol oud materiaal stonden.
Toen de gemeente de spuithuizen van de hand deed en het materiaal verkocht moest worden werd er een opkoper gezocht. Dit werd fa. Koole, toen gevestigd in Haarlem. De toenmalige commandant, de heer Brouwers, was echter van mening dat de mooiste exemplaren van de spuiten bewaard moesten blijven.
Lange tijd werd het materiaal op zolders bij de kazerne aan de Gedempte Oude Gracht bewaard tot in 1991 het 300-jarig brandweerjubileum en het 100-jarig jubileum van ‘de Tien’ gevierd werd. Eén van onze (oud-)brandweermensen, de heer Van der Staaij, was al lange tijd geïnteresseerd in de geschiedenis van de brandweer en werd toen benaderd om mee te werken aan een tentoonstelling over de geschiedenis van de brandweer en de Tien. Deze tentoonstelling vond plaats in de vishal op de Grote Markt. Hij werd door veel mensen bezocht en was een groot succes. Hierdoor werd de belangstelling voor het antiek binnen de brandweer weer aangewakkerd.
Tijdens de bouw van de nieuwe kazerne aan de Zijlweg werd dan ook direct ruimte gereserveerd voor een museum. Deze was op de eerste etage tegenover de eetzaal. Niet de meest ideale plek, zeker ook omdat deze niet openbaar was. Toen er meer kantoorruimtes nodig waren, was beheerder Van der Staaij zeer gelukkig: nu kon hij beneden in de hal een écht museum realiseren, dat voor iedereen toegankelijk is. Waar hij, en wij allemaal, dan ook zeer trots op zijn.
Een rondleiding door het museum We beginnen bij een getekende plattegrond van Haarlem uit 1576. Dit was twee jaar na de overgave aan de Spanjaarden en de stad was in een desolate toestand. Er was geen sprake van enig gezag, laat staan dat er sprake was van georganiseerde brandbestrijding. Er ontstond brand op het slepershoofd (nu de Waag). Deze brand vrat zich een weg door de stad en eindigde op het galgenveld (nu de schouwburg). De brand heeft weken geduurd en heeft bijna een derde van de stad verwoest.
Verderop zien we een fotocollectie, die de brandweergeschiedenis uitbeeldt van de vroege middeleeuwen tot de voor ons korps zo dramatische brand van de Koningkerk op de Kloppersingel in 2003, waarbij drie van onze collega's omkwamen.
In het midden zien we een prent uit het boek van Jan van der Heiden, die uitbeeldt hoe een brand bestreden moet worden. Jan van der Heiden is de aartsvader van de Nederlandse spuitgasten. Hij was kunstenaar, uitvinder van de slangenbrandspuit, had een eigen brandspuitenfabriek en was in bezit van diverse octrooien op het gebied van brandweermateriaal. Hij was tevens ‘Generaal Brandmeester’ van de stad Amsterdam, commandant dus, hij reorganiseerde brandweer Amsterdam. Niet alleen wat materiaal betreft, maar ook de organisatie, die voordien toch hoofdzakelijk bestond uit het wegbreken van belendende panden en het gooien van water met leren emmers in de bekende brandweerketting. Zo’n brandweerketting kent iedereen wel uit (teken-)films: dat wil zeggen het aan elkaar doorgeven van emmers. De stad Haarlem kocht diverse spuiten van Jan van der Heiden.
Om de hoek zien we een vitrine met leren brandemmers . Deze zijn voornamelijk uit de 17e eeuw. Het zijn er honderden geweest. Rechts op de prent zien we de verdeling van emmers per wijk.
In de volgende vitrine zien we o.a. een leren slang uit de tijd van Jan van der Heiden en een kaarsenlantaarn die gebruikt werd in de spuithuizen. Ook zien we een spekkrans, die door dr. van Marum - die in de 19e eeuw veel brandblusproeven deed - gebruikt werd om aan te tonen hoeveel water nodig was om branden te blussen.
Rechts zien we een aantal ladders en haken , die voor de brandbestrijding gebruikt werden.
Dan zien we een paar handspuiten , de eerste is een spuit van Jan van der Heiden, die nog niet onder zijn octrooi viel. Deze is dus van voor 1676, een uniek exemplaar in originele staat. Daarnaast zien we een gerestaureerde handspuit, type Jan van der Heiden uit begin 19e eeuw. Ook zien we een klein slangenwagentje , uit de 19e eeuw En een draagbare Van Marum handspuit, die veel in villa’s te vinden was.
In de volgende vitrine zien we boven links o.a. een trompet , die gebruikt werd om alarm te slaan. We vermoeden dat hij uit Spaarndam komt, omdat er SP op staat. Beneden zien we o.a. een modelspuitje , dat door de fabrikant aan stadsbesturen getoond werd om de spuit te verkopen. Hij kon echt water spuiten. Ook zien we een aantal penningen , die de spuitgasten bij zich droegen. Zo konden ze laten zien dat ze bij de spuiten hoorden. In die tijd bestonden er namelijk nog geen uniformen (alleen vrijwillige brandweerlieden!) aan de hand waarvan het duidelijk was wie bevoegd was te helpen. Er waren toen altijd mensen, die zich bij brand tegoed deden aan de spullen van de getroffen burgers. Hier stonden zware straffen op. De penningdrager had ook het gezag mensen ter assistentie aan te wijzen.
In de volgende vitrine zien we o.a. een aantal platen van brandspuiten, die in het bezit waren van de stad Haarlem. In onze stad waren ook een paar brandspuitfabrieken, o.a. fa. Gerber en fa. Lucas. Verder zien we materiaal voor schoorsteenproeven.
Bij de glijpaal zien we de spuit 10 . Dit is de spuit waardoor de vereniging ‘de Tien’ ontstaan is. Het verhaal gaat dat een delegatie van de toenmalige brandweerleiding tijdens een bezoek aan Parijs nogal onder de indruk was van de snelheid van de brandspuiten daar. Door de grote wielen kon de bemanning ermee rennen, in tegenstelling tot de spuiten met de kleine wieltjes van Haarlem. Enthousiast kwamen ze terug en vertelden hierover aan het gemeentebestuur. Die ging akkoord met de aanschaf van zo’n spuit bij de fa. Thirion in Parijs. Dit was in 1868. De bezoldigde brandbestrijders in Haarlem waren door de jaren heen een beetje ingedut. Het animo werd steeds een beetje minder. Onder leiding van commandant Van Eck werden tien vrijwilligers aangezocht om de nieuwe spuit te bemannen, het waren 10 ‘jongeheren’ uit het Haarlemse middenstandsmilieu. Door deze groep vrijwilligers werd in 1891 in café Montagne aan de Grote Houtsstraat de Vrijwillige Brandblussers Vereniging ‘de Tien’ opgericht. Toen later de gemeente Schoten in 1928 door Haarlem geannexeerd werd en de brandweervereniging ‘de negende lus’ van de brandweer Schoten bij de Tien kwam, ging deze de ‘Verenigde BrandblusserVereniging de Tien’ heten.
Voor de ‘oude Tien’ zien we een spuitgast uit die tijd. Verder zien we spuit 5 van de brandweer Bloemendaal.
Tegen de pilaar bij de raampartij zien we een aantal brandmeesterstokken , welke ook dateren uit de tijd van vóór de uniformen (net als penningen). Het aantal ringen, dat erop geschilderd zijn, geeft de rang aan (kapitein, sergeant of luitenant).
In de volgende vitrine zien we een paar zilveren bekers en tabakspotten , die aan de brandweer geschonken werd door de heer Prevenaire en de fa. Wilson als dank voor het blussen van de branden in hun katoenfabrieken. Verder zien we een commandantenzwaardje en wat zilveren penningen, die meestal bij jubilea aan de spuitgasten geschonken werden. Beneden zien we een paar commandandantenhelmen .
In de volgende vitrine zien we boven een aantal spullen van ‘Jetje’, onze paardenslang-wagen. Beneden zien we een frisseluchtmasker met blaasbalg , uit ongeveer 1850. Dit is de voorloper van de huidige adembescherming.
De mooie koperen spuit is vermoedelijk ‘spuit 5’ uit 1890. We zien hier heel mooi de windketels, zowel aan de zuigzijde als aan de perszijde, die voor een ononderbroken straal zorgt. Daarnaast zien we een slangenwagen uit dezelfde tijd, die met grote snelheid voor watertransport kon zorgen. Kijken we rechts, dan zien we de nieuwe tien , een nieuwere versie van de oude.
Verderop zien we een gevelsteen . Deze is in 1936 in de mooie Amsterdamse schoolstijl gemaakt door de kunstenaar Veltheer. Deze gevelsteen zat boven de hoofdingang van de kazerne ‘Gedempte Oude Gracht’. Het symboliseert de verbondenheid van de brandweer met de vereniging ‘de Tien’. Ook zien we hier de eerste steen van die kazerne.
Rechts zien we een tentoonstelling die over de opening van die kazerne gaat. Daarnaast hangt een bronzen beeld van de toenmalige commandant, de heer C.J. van den Broek.
Rechts hangt een oorkonde van het 40-jarig brandweerjubileum van de oud ondercommandant en hoofd vrijwilligers, Co Cramer, telg van een echte brandweerfamilie. Ook is een hier een foto van de Bats met 6 Cramers erop. Ome Co, een bekende van de heer Van der Staaij, was een zeer gezien persoon bij de Haarlemse brandweer. Hij heeft veel studie gericht naar de geschiedenis van ons korps en hierover een zeer uitgebreid boek geschreven. Dit boek is onlangs in ons bezit gekomen.
In de ontvangsthal (in beide kazernes trouwens) hangt het monument voor onze omgekomen collega’s, bij de brand van de Koningkerk op de Kloppersingel, ontworpen en vervaardigd door Karel Gomez. Op de achtergrond zien we de contouren van de Koningkerk, ontworpen en gemaakt door collega's; een waardig monument.
In de Rode gravin is een expositie ingericht over de geschiedenis van de vereniging ‘de Tien’.
In de remise valt direct de 'Bats' uit 1923 op. Dit prachtige voertuig dankt haar naam aan het geluid dat ze maakte bij het wegrijden. Toentertijd was er nog geen kazerne en moest ze in garage Brinkman in de Smedestraat staan. Bij het uitrukken, had ze natuurlijk vanwege de haast nog een koude motor, die nogal eens wilde knallen. Dit klonk in de Smedestraat als “bats, bats, bats’...en daar dankt ze haar naam aan. De Bats is zowel een autospuit als een redvoertuig, een - zeker in die tijd - unieke combinatie, ontworpen en gemaakt door de fa. Magirus Deutz.
Ook deze naam is geen vreemde in brandweerland. Conrad Magirus was brandweercommandant van de stad Ulm in Duitsland. Daarnaast was hij schoolmeester en uitvinder. Hij was eigenlijk de Duitse versie van onze Jan van der Heiden. Hij heeft de Duitse brandweer na de Eerste Wereldoorlog totaal gereorganiseerd en was in die tijd zeer vooruitstrevend. Magirus heeft in samenwerking met de motorenfabriek Deutz deze autoladder ontworpen en gemaakt. De Bats was tot 1956 actief bij ons korps en heeft daarna lange tijd door de stad gezworven. Gelukkig heeft ze nu de plek gekregen, die ze verdient. Het is een waardig en rijdend monument, uniek in Nederland, misschien wel in de hele wereld.
Ook 'Jetje' , de paardenkar uit 1907, staat in onze remise. Dit voertuig dankt haar naam aan het paard dat ervoor stond. Er zit geen pomp in, omdat in het Haarlem van toen de stad zo dicht bij de duinen lag, dat ze een vrij hoge waterdruk had. Er kon gewoon vanaf de brandkraan geblust worden. Een goedkope en in die tijd goede oplossing. Bij de brandweer van Den Haag hebben ze ook een aantal van deze paardenkarren gehad. Mede daarom is er lange tijd een bijzondere band geweest tussen deze korpsen. Jetje stond in de politie remise in de Langewijngaardstraat. De politie leverde ook het paard en een koetsier.
Als laatste bezitten we ook nog de ‘Elswoutspuit’ van Bloemendaal. Deze stond op het landgoed Elswout en werd bij brand in het dorp aan de burgers uitgeleend. Deze constructie werd meer in het land gebruikt.
We hopen u hiermee een nog beter beeld van de ontwikkelingen van de brandweer hebben kunnen verschaffen.
|